SO EIN KONZERT SEI OHNE DIE ARBEIT DES RESTAURATORS GAR NICHT MÖGLICH. DER ORGANIST SPIELTE 90 MINUTEN AUF DER WILHELMI-ORGEL.
VON HARALD GEITH
Altenesch - Gut in wärmende Wolldecken eingemummelt genossen am Sonntag die Besucher in der St.-Gallus-Kirche in Altenesch ein Konzert des Kirchenmusikers Henk de Vries (31) auf der historischen Wilhelmi-Orgel.
Eintritt wurde für das Konzert keiner verlangt, eine Spende für den Erhalt der Orgel wurde jedoch begrüßt.
Der Organist wurde vom Restaurator der Orgel, Winold van der Putten, begleitet. So konnten die Experten noch kleine Korrekturen an den Orgelpfeifen vornehmen.
Das fast 90-minütige Konzert begann mit einem Praeludium in d-moll von Böhm. Stücke von van Noordt und Bach wurden ebenso zu Gehör gebracht wie französische Barockmusik von Clerambault.
Nach dem Konzert, das mit viel Beifall des Publikums zu Ende ging, lobte der Kirchenmusiker de Vries den Restaurator für seine tolle Arbeit, die er an der historischen Wilhelmi-Orgel geleistet hat. Ohne ihn wäre das Konzert nicht möglich gewesen. Daher schlug Henk de Vries den Konzertbesuchern vor, dem „Orgelmakerij“ van Putten, der am Mittwoch seinen 60. Geburtstag feiert, ein Geburtstagslied zu singen. Natürlich mit Orgelbegleitung vom Meister und einem ordentlichen Preludium. Nach der Vorstellung meinte ein begeisterter Zuhörer: „Henk de Vries ist ein wirklich sehr guter Organist und das hier ist eine toll restaurierte Orgel. Der Besuch hat sich wirklich gelohnt!“
Beim Konzert: Henk de Vries spielt an der Wilhelmi-Orgel französische Barockmusik. BILD: HARALD GEITH
Bron: www.NWZ-online.de
********************************************
CD-recensies
De Orgelvriend Maart 2010
Hoewel het aantal conservatoriumstudenten orgel de afgelopen jaren dramatisch is gedaald, studeren er gelukkig nog steeds jonge, talentvolle organisten af. Eén van hen is Henk de Vries. Hij studeerde aan het Gronings Conservatorium bij Johan Beeftink en Theo Jellema en volgde masterclasses bij o.a. Olivier Latry, waarna zijn benoeming volgde tot organist van het orgel te Zuidbroek, dat hij hier op Cd presenteert.
De CD omvat premières op alle mogelijke fronten, namelijk van het orgel (de eerste opname na de restauratie), van repertoire (de partita Vater Unser im Himmelreich van Manfred Kluge door een Nederlandse componist) en van de organist zelf (het CD-debuut van Henk de Vries). Over de restauratie van het orgel hebt u kunnen lezen in De Orgelvriend van april 2008.
Het programma op de CD wordt omlijst door Mendelssohns Praeludium enFuga in d, opus 37,3. De Vries kiest voor een sterk gearticuleerde uitvoering; de beginakkoorden bijvoorbeeld worden losgezet van elkaar. Er is een merkwaardige ontwikkeling gaande rond Mendelssohns muziek: enkele decennia geleden gold zijn werk nog als vroegromantiek, maar tegenwoordig wordt Mendelssohn steeds meer benaderd als een soort late laat-barok-componist. Neem nu de recente Mendelssohn-integrale van Olivier Vernet: hij koos hierbij voor orgels in een niet-gelijk zwevende stemming. De Vries volgt hem hierin na, want de stemming in Zuidbroek is volgens Young.
In Bachs tweede triosonate toont Henk de Vries zijn technisch kunnen. Henk de Vries kiest voor het middendeel voor een heel bedachtzaam tempo, waarbij hij desondanks de muzikale spanning weet vast te houden en dat is een compliment waard: op je debuut-CD niet gaan voor een risicoloos gemiddelde, maar met een eigen mening durven komen. Ook de geliefde Fantasia à guisto Italiano van Krebs krijgt een mooie, rustige uitvoering, met een glansrol voor de schitterende "Fox Humana" plus tremulant.
Maar dé verrassing van de CD is toch wel het Vater unser im Himmelreich - Neun Strophen für Orgel van de Duitser Manfred Kluge. Kluges idioom is typisch Duits: degelijk contrapunt, dat in stilistisch opzicht aanknoopt bij componisten als Distler en Walcha. Hoewel: de oplettende luisteraar hoort ook opeens Andriessens Sonata da Chiesa langskomen! Kluge keert de melodie als het ware helemaal binnenstebuiten en laat geen mogelijkheid onbenut. En ondanks het vooruitstrevende idioom blijft het "Vater Unser" als cantus firmus steeds duidelijk hoorbaar, zodat de luisteraar toch een houvast heeft in dit ruim twintig minuten durende avontuur. De Vries geeft een puike uitvoering van dit veeleisende werk!
Hierna mag de luisteraar op adem komen bij een bevallige sonate van C.Ph.E.Bach.
Het CD-boekje is voorbeeldig verzorgd: het bevat een een inleiding van Bert Yedema, directeur van Orgelmakerij Bakker & Timmenga, die voor de restauratie tekende. Daarna volgt een beschrijving door de adviseur Jan Jongepier, en ten slotte een programmatoelichting door Henk de Vries. Het geheel is verlucht met vele fraaie foto's, door De Vries zelf gemaakt, inclusief een 'zelfportret' achter de speeltafel. Voorts vermeldt het booklet de dispositie (met de merkwaardige omvang C-e3 voor beide manualen) en de gebruikte registraties. Jan Willem van Willigen tekende voor voor de mooie, ruimtelijke opname.
Een debuut waar Henk de Vries trots op mag zijn.
[LEX GUNNINK]
*****
Nederlands Dagblad16 oktober 2009
Het orgel dat Frans Caspar S(ch)nitger jr. en Hermann Freytag in 1798 in Zuidbroek bouwden, is een bijzonder instrument. Allereerst qua uiterlijk, het instrument wijkt sterk af van die van bouwers als opa Arp Schnitger en Albertus Hinsz. Maar ook qua klank. Hoewel het in de kern nog een krachtige, heldere barokke klank heeft, zijn toch al de rondere, vollere klanken van de negentiende eeuw hoorbaar. Dit orgel heeft er lange tijd haveloos bij gestaan, maar na een restauratie in 2007 straalt het weer, mede door bepleistering van het kerkgebouw. De jonge organist Henk de Vries presenteert hier ‘zijn’ orgel in een programma, waarin Mendelssohn, vader en zoon (Carl Philip Emmanuel) Bach, Krebs en Böhm de hoofdrol spelen. Het orgel is voor deze muziek uitstekend geschikt, al is het bij Mendelssohn even wennen dat het orgel geen gelijkzwevende stemming meer heeft. De vernieuwde stemming, maar ook de intonatie passen ook niet zo goed in sommige delen van de variaties over het ‘Vater unser’ van Manfred Kluge (1928-1971). Het is een typische ‘jaren zestig’ compositie, waarvoor je eigenlijk een helder neobarokorgel nodig heb. Afgezien van deze kanttekening is dit een cd waarin De Vries uitstekend zichzelf, het orgel en de orgelrestaurateur, Bakker en Timmenga, presenteert.
*****
Orgelnieuws.nl21 oktober 2009
Muzikale interpretatie * * * * Kwaliteit van de opname * * * * *
De wederopstanding van Groninger ‘pronkjuwail’. Zo mag de restauratie van het Schnitger-Freytag orgel uit 1795 van de Petruskerk in Zuidbroek wel noemen. Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw was het bergafwaarts gegaan met het instrument, tot het aan het eind van de 1980-er jaren nauwelijks meer bespeelbaar was. Ook het uiterlijk van het orgel was deerlijk aangetast. Daar kwam nog bij dat het interieur van de kerk in 1937 in het kader van een werkgelegenheidsproject van zijn bepleistering was ontdaan, met kwalijke gevolgen voor de orgelklank. Wanneer je nog eens de cd-opname beluistert die Jan Jongepier hier twintig jaar geleden maakte, hoor je een amechtige klank van weliswaar grote allure. Bijna vergane glorie.
Dat is nu allemaal gelukkig verleden tijd. De kerk werd gerestaureerd en opnieuw van een pleisterlaag voorzien. En twee jaar geleden voltooide Bakker & Timmenga de restauratie van het 28 stemmen grote orgel. Het is een eeuw jonger dan het Schnitger-orgel in het naburige Noordbroek en vormt met dat instrument een buitengewoon fraai en contrasterend duo. Het orgel van Zuidbroek staat onmiskenbaar in de Noord-Nederlandse baroktraditie, maar is tevens exponent van een nieuwe tijd en een nieuw geluid. De vele bevallige fluitregisters, de sierlijke tertsgeluiden en de als een boerenkapel klinkende Trompet illustreren dat. Ook het even gracieuze als voorname uiterlijk illustreren dat.
Organist Henk de Vries (*1979) presenteert ‘zijn’ instrument op deze cd met een programma van muziek uit drie eeuwen. Daarmee onderstreept hij de veelzijdigheid van de klank van het orgel. Je kunt op een volstrekt overtuigende manier hier muziek met zeer uiteenlopende stijlen laten horen.
Het programma wordt ingeleid en afgesloten door respectievelijk het Preludium en de Fuga in d van Mendelssohn. Het Preludium laat horen dat de stylus fantasticus ook bij Mendelssohn nog volop aanwezig is. De Fuga is een contrapuntisch meesterwerk. De dynamische aanwijzingen die Mendelssohn geeft, zijn bij het Preludium ‘forte’ en bij de Fuga ‘Volles Werk’. Voor Henk de Vries maakt dat blijkbaar weinig uit, want beide delen registreert hij met het volle plenum (met de Trompet) van het Hoofdwerk. Het Allegro van het Preludium wordt bij hem een Allegro brilliante, waardoor het Preludium weliswaar verbluffend voortvarend klinkt, maar ook de voor Mendelssohn kenmerkende elegantie verliest. Het is meer Sturm und Drang dan Biedermeier.
Veel meer bevalt De Vries’ ontspannen vertolking van Bachs tweede triosonate en van Böhms partita over ‘Wer nur den lieben Gott lässt walten’. In beide werken komen de prachtige fluiten van het orgel ruimschoots aan bod en kan genoten worden van De Vries’ expressieve spel en mooi gerealiseerde ornamentiek.
In Krebs’ Fantasia a gusto italiano wordt de solostem gespeeld met de Fox humana (sic) met tremulant. Het is jammer dat het gekozen tempo nogal traag is, waardoor het stuk wat stil lijkt te staan.
De kern van het programma wordt gevormd door de uitgebreide variatiereeks op Vater unser im Himmelreich van de jong gestorven, politiek geëngageerde Duitse componist Manfred Kluge (1928-1971). In het milieu van de avant-gardisten van zijn tijd vond hij zijn eigen weg. De geestelijke inhoud van een compositie was voor hem belangrijker dan het plezier van het experimenteren met puur muzikale mogelijkheden. Daarin onderscheidde hij zich van bijvoorbeeld Gerd Zacher. In Kluge’s werk speelt zijn voorliefde voor de enharmoniek en de overmatige kwart (tritonus) een grote rol. Henk de Vries laat horen dat de Vater unser-strofen aangrijpende muziek zijn om te beluisteren en het waard zijn veel vaker uitgevoerd te worden dan het geval is. Zijn vertolking op dit 18de eeuwse instrument overtuigt in alle opzichten.
In het eerste deel van de Sonate in F van Carl Philipp Emanuel Bach contrasteert het glanzende plenum van het Hoofdwerk met fluiten van het rugpositief. De Sturm und Drang spat er vanaf en is hier helemaal op zijn plaats.
Het booklet bevat veel informatie over het instrument, de gespeelde muziek en de gekozen registraties, het geheel aangevuld met fraaie detailfoto’s van het orgel. Ook de heldere, evenwichtige opname laat weinig te wensen over. Deze cd biedt een geslaagde presentatie van een herboren orgel van grote klasse. [BERT WISGERHOF]